Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongewoons geschiedde, was de bekoring van 't lied te sterk, om zijn afgebeulde hersens tijd te gunnen tot bewondering.

Als bij tooverslag verdwenen de spookgestalten uit zijn brein, en een zachte weemoed overstelpte hem geheel. Hij gaf eraan toe, en 't was hem een weelde van droefenis — een heel andere dan de marteling van zooeven. Tranen welden op in zijn starre oogen. Er was daar niemand die ze zag

Hij kende dat lied zoo goed. Hoe menigmaal had hij er naar geluisterd als Paula het op zijn verzoek zong. Ze had een vrij goede stem, buigzaam en streelend, en hij was met weinig tevreden. Och, hij vroeg niet naar 't zuiver artistieke in de zang: voor hem lag in de lieve voordracht van 't lied de uitdrukking van een lief vrouwengemoed, van onbedorven oprecht gevoelsleven. Zijn vereering voor haar was zelden grooter, nooit inniger dan wanneer hij in stil genieten luisterde naar haar zang. Haar natuurlijke gratie kwam hierbij uit als in alles wat zij deed, hartveroverend voor een ieder, bij iedere persoonlijke aanraking, nijd verwinnend, vermoedens doodend bij de kwaadwilligsten. En bij hem! Bij hem, die dagelijks, schier ieder uur haar bekoring voelde, was nooit plaats geweest voor éen kwade gedachte waar 't zijn Paula gold!

Op 't eene lied volgden andere. Ze waren goed

Sluiten