Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Och, ik kan niet, ik kan zoo niet gaan," kreet zij.

Haar haren hingen nu verward, de peignoir was aan de eene schouder geheel afgegleden, en ontblootte een deel van haar borst. Zijn blik viel huiverend over haar wilde schoonheid.

Het geweld dat hij zichzelf aandeed, maakte hem ruwer dan hij had willen zijn, gaf zijn stem harder klank dan hij erin had willen leggen. Opspringend zeide hij:

„ Paula, ik meen 't Je kunt hier niet langer

wezen. Ga nu heen, in Gods naam, ga, of.... je maakt me boos "

Wezenloos keek ze hem met haar groote vochtige oogen aan, en toen hij haar omvatte, en haar half voortduwende naar de deur bracht, liet ze zich leiden als een kind. „Goeie nacht, wees nu bedaard om Gods wil."

Ze stond reeds buiten op 't portaal.

Buiten zichzelf van verwarde gevoelens — ergernis, medelijden, verlegenheid — sloot Larsen de deur der logeerkamer tusschen haar en hem, en wierp zich te bed, dof kreunend.

Paula, op de half verlichte overloop, stond even stil, verbluft, vernederd.

„Idioot," siste ze met opeengeklemde tanden, en langzaam ging ze de trap af.

Sluiten