Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

Larsen spoedde zich huiswaarts langs de stille straten. Hij zag of hoorde niets om zich heen. Het bezoek aan zijn vriend had hem niet voldaan, en toch, hoe onrustig hij zich ook voelde, er was meer orde in zijn denken dan enkele uren te voren, en hij zag duidelijker een uitweg uit de doolhof zijner ellende.

Haastig liep hij zijn gang door, de trap op. Hij wilde Paula spreken, zoo spoedig mogelijk. Er moest een beslissing komen, hoe dan ook, zoo mogelijk vandaag nog. Paula moest weten waar 't op stond. Ja, Van Thiemen's raad was wel goed: hij zou haar zeggen vandaag nog bij hem aan te gaan, om raad en inlichting. Dat was beter zoo dan lange uitleggingen van hemzelf — hij deugde er niet voor, trouwens; en 't was hem zoo pijnlijk. Hij zou niet meer dan 't allernoodigste zeggen; haar naar zijn vriend verwijzen — die was te vertrouwen, volkomen, die kende beide goed, die meende 't goed met beiden

HEILIGE BANDEN. 7

Sluiten