Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is niet waar!" kreet hij verbijsterd. „Je zegt dat alleen om mij te beleedigen."

„Niet waar! Wil je namen?"

„Hoü je mond " viel Larsen in. „Ik wil 't niet

weten. Ik kan je niet niet meer verachten dan

ik nu al doe "

„Je zult me verachten! Je zult je ergeren tot je

me verafschuwt! Gerards is mijn vriend geweest

en Van Breehorst, en nu kort geleden Steeman.

Wat kon 't mij schelen? Toen ik eenmaal 't met jou opgegeven had ik moest toch iets hebben aan mijn jonge leven!" Ze zweeg even. Haar neusvleugels trilden, haar wangen gloeiden, haar oogen vonkten: 't heele gelaat had iets sculpturaal sprekends.

Larsen, die onbewegelijk met de handen op de rug stond, was onder de ban harer wilde schoonheid.

„En nu wil je van me af, nie' waar? 't Zal je niet lukken, mijn baasje. Ik blijf bij je en je zult me dulden, versta je? En ik zal je behandelen of ik je niet kende. Je zult me niet meer aanraken, en je

zult je cocu-rol die je zelf "

't Werd Larsen te machtig, 't Bloed steeg hem naar 't hoofd.

„Zwijg, vrouw," riep hij heesch van woede. „Ga

heen, of " En wat hem zelf later onbegrijpelijk

voorkwam, hij greep haar bij een arm. Had zij mee-

Sluiten