Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI.

Als men een fraaie fresco-schildering van een muur wegbreekt of afkrabt, blijft er een leelijke „moet" achter, iets dat het oog bizonder onaangenaam aandoet; en hij die weet wat vroeger daar tot verlustiging van de blik geschilderd was, voelt dan iets van de schrijning eener ontheiliging in zijn hart. Toch was die schildering slechts een sieraad, een bijkomend iets, en de muur zou evenzeer aan zijn eigenlijk doel beantwoord hebben zonder dat, en zal dat ook wel doen nadat het verloren gegaan is.

Voor Larsen was zijn liefde schoon als zulk een fresco, maar ze was meer dan een sieraad van zijn bestaan, ze was daarmee vergroeid. En de wonde in zijn ziel geslagen na de plotselinge wegrukking dier liefde, was daarom vreeselijk.

Larsen's liefde was zijn gansche zieleleven: zijn godsdienst, zijn eerzucht, zijn geestdrift voor wetenschap en kunst.

Zijn liefde was zijn godsdienst, omdat voor hem

Sluiten