Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarnaast en bij de andere hoek een sierlijke palm. Een enkel doek op een ezeltje tusschen de beide vensters, verder een tafeltje met weinig stoelen en fauteuils. Eindelijk drie groote aquarellen met witte lijsten — alle drie heerlijke bloemstukken van groote meesters — en een elektrische lamp met licht-lilakleurige lelievormige pitten.

De suite-deuren waren dicht. In den grooten haard brandde een klein vuur van briquetten. Een zachte flauwdoorgeurde temperatuur vervulde het vertrek.

Paula had net een blik in de spiegel geslagen, en zich overtuigd dat ze er bekoorlijk uitzag, toen de deur openging.

„Mevrouw!" zei Van Thiemen met zijn stem vol mollige buiging. „Waarmee kan ik U van dienst zijn? U is wel, hoop ik?"

„O, meneer Van Thiemen, dank u. Hoe maakt u 't?"

„Een beetje druk, mevrouw, overigens volkomen gezond."

„Ik kom u niet lang ophouden," — een lachje — „ik heb uw raad noodig. En, u begrijpt" — dit met neergeslagen blik — „overdag geeft mijn man me te veel te doen, om aan uitgaan te denken. Daarom kom ik op dit ongewone uur."

„O," zei Van Thiemen, die inmiddels plaats genomen had — zij op een hoekbank, hij ervóór — „dat maakt niets uit. Hoe is 't met de zieke?"

Sluiten