Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't duurde niet lang of mama luisterde aandachtig naar den ouwelijken praat van zoontjelief. Toen hij zestien was leek hij twintig. Mama bewonderde hem, vroeg hem raad, en verdubbelde haar zorgen om hem het leven zoo aangenaam mogelijk te maken.

Deze bezorgdheid voor zijn geluk openbaarde zich ook in haar angstvallig waarnemen der eerste uitingen zijner ontwakende mannelijkheid met betrekking tot de andere sekse: zijn verliefdheden en hofmakerijtjes. Ze bleef op de hoogte; wist ook zijn vertrouwen te bewaren, en zoo was er niets in Adolf's gemoedsleven dat haar aandacht ontsnapte. Maar zou dit zoo blijven? Zou ze zoo lang zijn schreden op 't goede pad kunnen houden — onder haar waakzaam oog hem kunnen behoeden voor uitglijden in de modder of verongelukken in een poel — tot hij veilig aangekomen was waar ze hem zoo spoedig mogelijk hebben wou: in 't heilige huisje van 't huwelijk?

Tusschen dat doelwit van haar moederlijk streven en de eerste jongelingsjaren lag immers een gevaarlijk stuk weg: de studententijd. Want de veelbelovende Adolf moest studeeren, en een graad halen evenals papa, liefst in de rechten. Dat was deftig, aristokratisch; bovendien: met geld en een meesterstitel — dat wist ze — kwam men ver in 't lieve vaderland.

De jonge Boudewijns met zijn fijne gezichtje en schrandere oogen kwam met zijn moeder naar de

Sluiten