Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag ik niet toelaten dat u op reis gaat — met uw dochter."

„In mijn geestestoestand!" riep Larsen verbleekend.

Opeens werd het hem duidelijk: die man daar hield hem voor krankzinnig, en dat niet alleen, maar het feit was geconstateerd, de rechter was er in gemoeid. Als hij verder weerstand bood, zou hij wel met geweld gedwongen worden mee te gaan. Dat was Paula's werk! Plotseling zag hij alles: hij herinnerde zich hoe zij in de dagen van zijn ziek zijn herhaalde malen vreemd, met verschrikte blik, soms met een zonderlinge uitdrukking van medelijden, naar hem gekeken had; ook hoe zij telkens fluistergesprekken met de dokter gehouden had, vlak bij zijn bed. Het

woord „cerebralis" kwam hem vóór de geest

In zijn toestand van wezenloosheid en sufheid had dat woord hem bespookt in zijn droomen; maar nooit als de uitdrukking van zulk een denkbeeld als thans....

't Was dan zoover gekomen met hem.... Paula hield hem voor gek, en liet hem terughalen.... O maar, dat kon niet.... dat zou opgehelderd worden hij zou 't zelf ophelderen, dadelijk!

En hij zag de nutteloosheid van tegenweer in.

„Dokter," zei hij somber, op heel andere toon dan te voren, „ik begrijp volkomen wat u bedoelt. De zaak zal terechtkomen. U heeft er geen schuld aan."

Sluiten