Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De goede Esculaap haalde de schouders en de wenkbrauwen op, en spreidde zijn tien vingers welsprekend uit: h ij kon 't niet helpen....

„Ik vind 't onaangenaam genoeg, professor," zei hij meewarig. Hij was innig voldaan dat de zaak die wending nam. Hij was een man des vredes, hield niet van heftige tooneelen.

„U gaat dus mee, nie'waar," liet hij volgen. Zijn toon had iets van dien van iemand, die vervuld van medelijden tot een kind spreekt. Larsen voelde 't als een beleediging, maar onderwierp zich gelaten. Wat gaf het hier en thans die man uit de waan te willen helpen ? Iedere krankzinnige beweerde immers het niet te wezen?

Intusschen stond Didi met verbaasde oogen naar die beiden te kijken. Ze begreep er niets van. Ging vader weer terug, gingen ze niet naar Engeland? Wat kwam die nare man hier stoornis brengen in vaders plannen ? De tranen drongen naar haar oogen; maar ze zweeg. Later zou vader alles wel uitleggen. Evenals hij schikte ze zich in 't onvermijdelijke. Ze boog haar kopje, en 't mondje pruilde even op.

„Kom, kind," zei haar vader. En tot de dokter: „Ik ben tot uw beschikking. Met welke trein gaat u ?"

„Iets over vijven, ik zal 't 's nazien," antwoordde Dr. Brakel in gedachten. „Vindt u goed dat ik hier even wacht tot u uw zaakjes geregeld heeft?"

Sluiten