Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel heel spoedig 't zaakje in orde hebben. En hij was begonnen met dood-bedaard — hij deed zijn best het te wezen — in gedachten de goede Dr. Brakel nog eens al zijn bewijzen voor te leggen, dat hier een betreurenswaardige dwaling in 't spel was.

De heele weg over, tot aan 't oogenblik dat Larsen met zijn geleider en de kleine Didi in de trein stapten, hadden ze nauwelijks een woord gewisseld. Larsen stapte voort met gefronste wenkbrauwen en saamgeknepen lippen, Didi naast hem, schuchtere blikken werpend op haar vader, terwijl de huisarts in vreedzaam gepeins, voldaan, maar schijnbaar onverschillig, met kleine pasjes de stoere schreden van zijn patiënt trachtte bij te houden.

In de coupé zette Larsen zich als een zak in een hoek, Didi schoof naar hem toe, greep zijn hand en keek hem met groote oogen aan, met de bezorgdheid van een klein moedertje dat troosten wil. Larsen, die reeds de oogen gesloten hield, sloeg ze op, en voelde al de streeling die van Didi's blik uitging. Een warme opwelling van teederheid deed hem zijn arm om haar heen slaan, en zijn ruige baard raakte haar zachte wang.

„Vadertje," zei 't kind alleen, maar er was een wereld van hartelijkheid en belangstelling in haar toon.

Dr. Brakel keek toe. Er was niets dan medelijden in zijn blik, en toch was 't Larsen of hij er spot in

HEILIGE BANDEN. 45

Sluiten