Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschoren rondblozend gelaat, zwartglanzig spaarzaam haar met lichte kroezing boven de kleine platte ooren, half dichtgeknepen grijze oogjes, gebogen, maar fraai gevormde neus, streepmond met een zelden verdwijnend vleugje van ironie, door rooken eenigszins zwartachtig geworden gave kleine tanden, waarvan zich alleen de onderste rij bij een kort kramplachje liet zien; verder een spoor van onderkin, en in hals en overige lichaamsdeelen iets welgedaans, dat evenwel aan 't geheel zijner verschijning eer voordan nadeelig was: 't gaf hem bij de ongedwongenheid en evenredigheid zijner bewegingen een waas van priesterlijke waardigheid en deftigheid, die hij gaarne aan den dag legde. Een oppervlakkig waarnemer zou allicht, hem ziende, tot de diagnose komen: een man met een heldere geest, die zich vaak met ernstige zaken bezighoudt, een waardig man, en een wie 't goed gaat in dit leven. En, wat het uitsluitend uiterlijk aanging: een man van opvoeding en stand, die zijn wereld kent; niet bepaald knap, maar voornaam en vriendelijk van trekken.

Kruyt was kort na Larsen's opname in 't gesticht er eens heen gegaan, om zich op de hoogte te stellen. Hij had in een paar weken niets van zijn oude vriend vernomen, en opeens had de tijding van diens vlucht en wat er volgde hem zeer onaangenaam verrast, 't Was Van Thiemen geweest, die hem op

HEILIGE BANDEN.

Sluiten