Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de patiënt baarde ongerustheid door al de hartstocht, die hij iederen dag, wanneer hij kwam kijken, zag terugkeeren, heviger dan ooit na 't vernemen van de aanwezigheid van diens vrouw in 't gesticht. Niet dat de dokter zelf hem daar ooit over sprak, nadat hij eens gezien had, hoe Larsen te keer ging: nee, hij zag het nuttelooze daar wel van in, en Larsen vroeg het hem niet. Maar een verpleegster, degene die met de zorg voor zijn kamer belast was, vond het telkens noodig hem over zijn vrouw te spreken, hetzij wanneer deze kwam of daarna, 't Goede mensch was nog niet lang in haar tegenwoordige betrekking, en scheen iedere keer te vergeten, dat ze beter deed met op al Larsen's uitvallen tegen zijn vrouw 't zwijgen te doen dan hoog op te geven van 't verdriet „van dat arreme mensch", omdat „meneer haar niet bij zich woü hebben" en toch „heusch wel een beetje onbillijk — zal ik maar zeggen — tegen d'r was".

En omdat de dokter van 't krankzinnigengesticht hart voor zijn patienten had, wilde hij Larsen ergernis besparen: mevrouw Larsen's bezoeken moesten voortaan streng geheim gehouden worden, en zoo noodig ontkend. De praatzieke verpleegster werd door een ander vervangen. Nu bleven de brieven nog. De schrijfster verzoeken er geen meer te schrijven ging toch waarlijk niet aan: hij zou de lieve vrouw immers

Sluiten