Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de ingang van Didi's kamer, die bij een der vensters aan de smalle zijde der groote slaapkamer, in de zijmuur was aangebracht; er hing een voorhang, in de plaats van een deur.

Vreemd, zoo'n andere temperatuur! Was 't raam open gebleven in Didi's kamer?

Nog met de portière in de hand stond ze opeens

stil. Wat was dat? Zuchtte Didi daar weer, of

Ellendig, dat van de plaats waar zij stond het kamerscherm haar belette het bedje dadelijk te zien! Daar was 't weer. God, daar was iemand bij haar.... Ze hoorde duidelijk fluisteren, zenuwachtig fluisteren, dat telkens afgebroken werd.

En haar blik naar rechts wendend, bemerkte ze nu eerst dat het venster openstond.

Ze stond als vastgenageld, verbijsterd, besluiteloos. Als daar iemand was — een man, ze hoorde 't aan de stem — moest hij spoedig merken dat zij hem

stoorde Hoe kwam 't dat hij nu niet al wat

bespeurd had? Als hij 's op haar afkwam.... als

't een moordenaar was een dief, een inbreker,

die Maar wat moest hij met Didi? Onbegrijpelijk —

Zou ze toch maar teruggaan en de meiden roepen — ?

Maar wat gaf dat nog als hij 's in die tusschen-

tijd ? Hè, dat er toch geen man in huis was!

Het fluisteren was intusschen voortgegaan.

Stil! Dat was Didi die sprak God, ze schreide —

Sluiten