Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder nooit zien. Hij was laf en verachtelijk. Hij woü heen, zich aangeven bij de politie. Onmiddellijk

Nee, wacht: even die omgevallen fauteuil rechtzetten, die lag te dicht bij 't vuur — er mocht 's brand komen. Zoo.

Daar lag Paula — hij had haar hoofd even opgetild: 't lag nu geheel op de grond — ze was dood. Hij had haar geworgd als een beest. Ze mocht daar niet zoo blijven liggen. Hij had nog wel even de tijd.

Hij tilde haar op in zijn stoere armen, trapte even op haar afhangend nachtkleed. Toen droeg hij haar naar 't bed, zijn ruige baard tegen de borst gedrukt, de blik strak op zijn vracht, in ijzige kalmte. Ze was zwaar: 't viel niet mee.

Hij lei haar op 't bed. Op haar plaats, vooraan. De handen over elkaar, zoo. De handen waren koud, nu al.

Nu moest hij weg. Hij keek naar de deur der andere kamer. Nee, 't kind was er nog, ze snikte ook nog

Hij deed de deur open. Op 't portaal alles stil: geen geluid. Er brandde 't gewone licht, dat er 's nachts altijd brandde. Langzaam ging hij de trap af. Op de mollige looper was zijn stap nauw hoorbaar. De gang door, links, naar de voordeur.

Hij stond even stil Nee: alles rustig boven.

Sluiten