Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Yan Thiemen praatte door, met iets gewild luchtigs; telkens afbrekend. Weinig vermoedde hij hoe duidelijk zijn gedachtengang voor de ander te volgen was. Och, wat kon 't schelen? Straks, straks zou hij immers alles zeggen, en dan zou Van Thiemen wel vanzelf inzien.... O, ja, zeker, straks, als hij alles vertelde, moest Van Thiemen begrijpen dat hij volkomen normaal was volkomen bij zijn zinnen.

Hij moest begrijpen dat hij toen ook.... zeker

hij was laf en verachtelijk hij had haar geworgd

als een beest, met eigen handen.

„Ziezoo, kom nu maar gauw binnen," zei Van Thiemen weer, en ontsloot de deur van zijn studeerkamer. „Voorzichtig, denk om de treedjes."

Beiden stapten binnen. Een weelderige behagelijkheid streelde Larsen's gelaat, een vriendelijk welkom lachte hem toe uit de welbekende meubelen, de lijnen, vormen en kleuren van het vertrek. En een wonderzoete weedom overstelpte zijn gemoed.

Hij vocht ertegen. Hij wilde van geen teederheid weten, geen deernis met zichzelf. Hij was immers laf en verachtelijk

„Ga hier zitten, kerel," zei Van Thiemen hartelijk, en schoof een mollige fauteuil bij de open haard, waarin een vadsig druilig houtvuurtje brandde.

Larsen zette zich, sloeg de kraag van zijn jas neer deed de knoopen langzaam los, leunde achterover,

HEILIGE BANDEN. 18

Sluiten