Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Stumpert, dacht de ander, „de een of andere hallucinatie zeker."

„Waarom zou ik niet?" zei hij, zacht en vriendelijk sprekend, als gold het hier de gril van een ziek kind. Larsen keek strak naar 't vuur.

„Och, 't is vreeselijk," ging hij voort, „en toch

waar. Volkomen waar. Ik heb mijn vrouw vermoord. Dat kom ik je vertellen."

Er was geen spoor van weifeling in Larsen's spreken. De bekentenis kwam er koud bedaard uit, bijna toonloos, en zijn houding bleef volmaakt dezelfde.

Ook Van Thiemen verroerde zich niet. Hij wachtte even voordat hij sprak, zoekend naar een verstandige manier waarop hij deze, naar hij meende, hersenschimmige zelfbeschuldiging kon beantwoorden, 't Was immers een hersenschim! Hoe zou die in-goedige brave Larsen, die geen vlieg kwaad kon doen, tot zoo iets kunnen komen, een moord? Ach, wat was die man reddeloos krankzinnig! En wat 'n vervolging van schrikgedachten aan al t doorleefde met die vrouw moest tot zulk een afgrijselijke waan geleid hebben! Stumpert, stumpert!

„Beste kerel, hoe kom je me nu zóo iets vertellen!" zei Van Thiemen, en er klonk niets dan medelijden in zijn stem. Hij stond op en lei zijn hand op Larsen's schouder. Deze lachte even schril en pijnlijk.

„Zei ik 't niet, dat je me niet gelooven zou ? En

Sluiten