Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch is 't zoo, Yan Thiemen. Ik heb zooeven, misschien twintig minuten geleden, Paula vermoord. Ik heb haar geworgd, als een beest, met mijn eigen handen." Dezelfde kille eentonigheid in zijn stem en geen spoor van aandoening. En juist deze afwezigheid van alle emotie hield Van Thiemen in zijn dwaling: Larsen sprak als iemand in een droom, als een gehypnotizeerde, koud, strak, wezenloos in zijngansche houding, steeds starend naar 't druilig vlammenspel in de haard.

Yan Thiemen vond het raadzaam den ander af te leiden.

„Ben je vandaag hier in de stad gekomen?" vroeg hij, en zette zich weer op zijn stoel. „Je schijnt moe, amice; je hebt zeker heel wat vermoeienis achter de rug? Ik geloof dat je beter doet nu te gaan slapen. Je kunt bij mij logeeren. Dat is wel 't makkelijkst voor je. En morgen — vertel je me verder wat je op je hart hebt. Heusch, dat is beter, kerel." En toen de ander bleef zwijgen: „Kom, ik zal voor je logeerkamer laten zorgen. Mijn huishoudster is nog op " Hij stond meteen op, en wilde schellen.

Larsen wierp een vluchtige blik op zijn vriend, met nauw merkbare wending van 't hoofd. Zonder spoor van ergernis of ongeduld antwoordde hij:

„Wil je me niet even aanhooren?" Eindelijk veranderde hij van houding, leunde achterover, liet beide

Sluiten