Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, dat het verantwoordelijkheids-gevoel ontwaakt tot zijn laatste snik is een voortdurende aanraking met hartstochten. De zaak is maar hoe we die omgang regelen. Volkomen passieloosheid is goddelijkheid, en deze ligt zoozeer boven onze bevatting, dat in alle godsdiensten wij menschen ons zelfs geen god zonder hartstochten kunnen voorstellen. Al is 't dan ook bij Christenen, Joden en Mohammedanen zonder geslachtelijke hartstocht. Tsh! Grieken en Romeinen waren in dat opzicht onpartijdiger. Onder ons: i k zie niet in waarom juist die s e x u e e 1 e hartstocht zoo in 't verdomboekje moet staan. Zou hij zooveel kwaadaardiger wezen dan zijn kameraadjes?"

Zomer haalde de schouders op, en glimlachte even.

„Ja, ja, zeker," vervolgde Van Thiemen levendig, „hij i s de kwaadaardigste, 't moeilijkst te bevechten. Daarom juist zou een verliefde god nog niet zoo'n bespottelijkheid wezen als een die boos wordt op menschen, of j a 1 o e r s c h is! Maar laat dat wezen wat het wil: een mensch moet nu eenmaal streven naar die onbegrepen passieloosheid. We mogen wel streven naar 't onbegrepene: es genügt dass wir es ahnen. En ieder denkend mensch doet dat: hij heeft de op hem aandringende demonen van zich af te houden zooveel hij kan, al kan hij zich van hun algeheel verdwijnen ook geen voorstelling vormen, 't Merkwaardige is, dat die demonen — die

Sluiten