Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Yan Thiemen's jonge vriend keek op, toen zijn stem zweeg. Ofschoon hij de heele tirade gevolgd had, was zijn geest er toch maar half bij geweest, en 't was alsof hij ontwaakte uit een eigen droomwereld. In groote trekken had hij 't pleidooi in elkaar gezet dat zijn beminde leermeester moest redden van maatschappelijke en zedelijke ondergang.

Thans tot volkomen bewustzijn van 't actueele gekomen, knikte hij: „Ja, professor, dat moeten we,

dat zullen we " En zijn horloge raadplegende,

stond hij op.

,,'t Is ver in de nacht, professor," zeide hij. „Ik moet heen. Wat spreken we nu af? Ik zie u morgenmiddag na uw samenkomst met Professor Larsen? Ik blijf morgen de heelen dag thuis tot het eten. En mijn avond is ook tot uw beschikking."

„Best, best. Ik zal dan wel bij jou komen ...."

Na nog enkele hartelijke woorden gewisseld te hebben, scheidden de beide vrienden. Yan Thiemen voelde zich opgelucht en rustig; zijn jonge vakgenoot in de beste der stemmingen: een heerlijk gevoel van zelfbewustheid en fierheid, vertrouwen op eigen kracht, steunend op zijn geestdriftig geloof in 't goede, doortintelde hem.

En Van Thiemen sliep reeds een half uur later, David Zomer eerst tegen de morgen.

HFTMRE BANFIFN.

90

Sluiten