Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXI.

„Zoo, m'n kindje, nu al op!" riep een nog jonge vrouw opkijkende van 't werk waarmee ze druk in de weer was: ze rangschikte een heerlijke overvloed van bloemen op een ontbijttafel. De buitendeuren van de serre achter de kamer stonden wijd open, en een frissche lentelucht woei binnen uit de tuin. Yan de kamer uit zag men 't lieflijk kleurenspel van gaarde, weiland en bosch, en daarboven de hemel: groen, rood, wit, geel, bruin, oker, zwart, weer groen in drie schakeeringen en eindelijk een zachtblauw van fluweelige molligheid over alles heen, een jubeling van tinten, een bont gestoei in zonneroes.

't Jonge meisje dat binnenkwam trad op de bezige toe, kuste haar op beide wangen en fluisterde haar toen in 't oor:

„Ik ben vandaag zestien!" Ze trok het hoofd terug en keek haar stiefmoeder lachend in 't vriendelijk gelaat.

„Kom je me dat vertellen? Zie je dan niet waaraan

Sluiten