Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, móét; anders kan ik de voorstelling wel afzeggen. — Om twee uur dus ...«

Tegen mij: «Wat wilt u weten? Hoe we een opera maken ? Hoe ze verwekt wordt, geboren, groeit volwassen wordt... over repetities, regie, orkest, décors .. ? Dat zoo'n boel toch nooit in orde is..! Kom, willen we in 't comedie-café gaan? 'k hunker naar 'n kop koffie... koud, beroerd weer, ongezellige boel hier, van morgen om tien uur al aangekomen. Tralala, tralala 1«

We zaten in 't wijd-leege, kille, naar groene zeep ruikende, grauw-bleeke koffiehuis, de bleeke kelner aan 't tafeltjes-wrijven, de vermoeid-bleeke juffrouw in 't buffet een ei voor zichzelf aan 't klutsen. Instinctmatig waren we gaan zitten in 'n hoekje tegen 't groene gordijn; een hoekje heeft iets gezelligs, een gordijn iets warms.

En nadat de regisseur z'n handen om den koffiekop wat gewarmd had, en een zwarte sigaar in een opzienbarende meerschuimen beeldengroep had opgestoken, begon hij, opgewekt en met liefde voor zijn kunst te vertellen wat hier volgt:

»Als we een stuk willen maken, moeten eerst de directeur, de regisseur en de kapelmeester de partituur bestudeeren, totdat ze die goed kennen. Dan komen zij bij elkaar. Nu bij de Walkure bijvoorbeeld. Toen we daarvoor samen waren, gingen we na: hebben we in 't gezelschap iemand wiens stem, wiens figuur,

Sluiten