Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Maar in een opera is de moeilijkheid, dat elke maat zijn eisch heeft. Bijvoorbeeld Sieglinde: Rampla pan pan, pan, 2, 3. Nu kijk je op 't zwaard... ram, ram, ram, plam, plam, plam, 3, 4, 5, 6. Kijk eens Sieglinde — en ik ga met 'r op 't tooneel — kijk, hier — 'k zet een krijtstreep — hier sta je, daar is de boom, waar 't zwaard hangt. Pas op; ramplapan, pan, pan, 2, 3... nu kijk je er naar; ram, ram, ram, plam, plam, plam, 3, 4, 5, 6... raaam plam; nu loop je naar links, 2, 3, 4, 5, 6, plamplamplan, nu naar rechts, al maar op dien boom, plam plam, weer terug, 3, 4, 5, 6 ratatata, ratatata, raaaa, raaaa. Nou nog eens. Neen, neen, te vroeg. Kom, van voren af aan; goed zoo, nu verder. Stap, stap, stap-stap, stapperdestap, stap, stap. Ho, nu sta je in gedachten....

»Als al je hoofdpersonen en je Walkuren op die manier een twintig maal hun partij gemaakt hebben, krijg je de eerste repetitie op het tooneel met orkest, maar zonder actie. De solisten zitten, net als bij een opera-concert, het koor staat er achter, de directeur leidt. Dat wordt een keer of vijf herhaald, en nu beginnen de orkestrepetities met actie.

»Dan krijg je dit: Sieglinde, die manier is óók wel aardig, maar als u dien drinkhoorn eens zóó overgaf, den arm wat losser, 't bovenlichaam iets minder stijf? — En je toon is iets gevallen, roept de directeur.

»Ik zit in de zaal; midden in 'n tyrade roep ik plotseling: »HaltU Alles stopt. «Wodan, u beweegt

Sluiten