Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De regisseur springt als een antiloop de rotsen af, vliegt achter de coulissen. Daar is een bord met electrische drukknopjes, en weer schreeuwt hij de lucht in: »Als ik nu éénmaal schel, waarschuw ik u; tweede maal laat u 't zakken, derde maal haalt u. Teekent u dat even aan. AllaW

Op 't sein zakken de wolken weer.

»Te langzaam,» — roept de regisseur — »nóg iets vlugger. Ho.«

En in eens staat hij weer boven. »Kunt u me goed zien door den wolksluier heen f — Mooi 1 — Zet u daar nog even een rots. — En nu opgepast. Zeg eris, hé, daarboven, man van 't licht, Jan, Piet, hoe heet je? mooi, Kees dan. Nu komt hier vanavond een vrouw te staan, zie je. En zoodra ze hier is, moet je lichtstraal er ook zijn. Zet je licht dus vooruit op, maar hou je pet voor de lens, en is ze er, dan je pet wèg. — Alzoo ...

De regisseur weer van de rotsen af.

»Taterata, taterata, ra, ra, ra,« trompettert hij, en met een vaart vliegt hij weer naar boven, en gilt «Licht 1« —

't Blijft donker.

«Licht! zeg ik u.... Kómt 't nu haast, toe nu.... is 't er nóg niet.« En stampvoetend op de planken rotsblokken: «Gaat dat vanavond óók zoo?... O, is uw koolspits stuk ... 'k Hoop dat dat vanavond ook gebeurt ....

Sluiten