Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Piet, gaat u eens naar beneden, naar die stoommachines kijken, ze moeten op straat staan, vlak bij den ingang, twéé nu. Laat u de werklui even boven komen ...

»Alzoo, 't groote valluik zakken U

Een vijfde gedeelte van den vloer van't open terrein zakt weg.

»Haalt 1« commandeert de regisseur schneidig.

En nu begint onder onze voeten, heel in de diepte, een hevig gestommel. De stoomgeleiding is tot onder 't tooneel genaderd; de uiteinden der buizen, in houten kokers gesloten, worden op het valluik gelegd, dat nu weer langzaam rijst, totdat de kokers gelijk zijn met den tooneelvloer, maar daarnaast blijft een vrij diepe geul over.

»Dat kan zoo niet blijven« — roept de regisseur — »'t zou al mijn Walkuren hun mooie beenen kosten ... Maar alla, een plank er schuins in, dan moeten ze daar maar aan wennen, en als ze zoo een eind de diepte in gaan, krijgt 't publiek meer idee van heuvelachtigheid... 'k Zal er wat van hóóren, als ze zoo komen repeteeren ...«

En naar beneden: «Denkt u eraan, dat de stoom niet te dicht mag zijn, want Brünnhilde heeft bloote armen...

»Róód licht nu; kom!«

De man van 't licht stelt zijn booglamp met een scherpen reflector tusschen de coulissen, en door roode glasplaten er voor te houden, kleurt hij de stralen.

»De boom!«

Een man draagt den reuzen-eik aan met 't grootste

Sluiten