Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

warme gezelligheid had veranderd. Op de schouwplaats, in Hunding's hut, zaallicht; tusschen de balkenrijen en daarachter schemerig, met zware schaduwstrepen over den vloer; en uit de zaal waasde 't geroes van komend publiek.

Telkens lieten de ijzeren deuren van de artiestengang al maar meer menschen op 't tooneel, die even spoedig in de groote ruimte verdwenen, maar die toch allen te zamen 't balkenbosch vrij dicht bevolkten, zoodat je er herhaaldelijk in 't halfduister tegen iemand aanliep op de kruispunten der paadjes, of een intiem gesprek, een spontane hartelijkheidsbetuiging, een electrische geleiding die werd aangelegd, pijnlijk verstoorde. Daar wandelden de heeren van 't orkest, herkenbaar allemaal aan hun zwarte jasjes met de kleine witte dasjes op de groote fronts, en de meesten ook aan hun artistieke manen; daar wandelde al een enkele Walkure, de armen bloot, de kleurtjes van de hitte nog door wat rood aangezet, de oogen glansender en smachtender in de randjes zwart; daar draafden de tooneelknechts in hun lange witte kielen als doctoren van de snijkamer; daar drentelden met blijde gezichten om 't komend genot van een voorstelling-aan-den-verkeerden-kant de brandweermannen in hun blauwe buizen met hun middeleeuwsche blikken helmen op; daar kropen de mannen van 't licht met hun zoons en hun kameraden over den vloer, om de draden te spannen; daar dribbelden de kleedsters rond in hun bedriegelijk stemmige

Sluiten