Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Och ja, ze hadden 't handvat met een houtje en een papiertje met lijm vastgemaakt, maar nu zit 't steviger...«

En de inspiciënt roept, dat die brandweerman 'n eind weg moet, want dat de straal voor 't zwaard geen x-straal is... »Zóó, nu is die belichting goed« — zegt de regisseur, »maar over de gloeilichtjes in den haard moet nog 'n stuk roode gelatine, anders is 't te geel. En, fitter, denk dat u zoo de zaal goed donker maakt, maar in 's hemelsnaam niet uitdraaien ... pas op hoor...«

«'t Is tijd«, — roept de directeur, zenuwachtig op zijn horloge kijkend, en geen minuut later klinkt de ouverture.

Voor elk kijkgaatje in 't scherm staat nu een smidsjongen, duizelig van al die voorname oogen in de zaal, verlangend op hen gericht. Wodan kijkt door 'n opening naast de tooneelomlijsting, maar de vervaarlijke lok, die om zijn oog heen moet krullen, komt er telkens vóór, totdat hij eindelijk nijdig dat ding ophoudt, zooals een redenaar zijn pince-nez.

De regisseur volgt de muziek, de partituur in de hand; met één vinger slaat hij de maat, mechanisch vast, ook terwijl hij een bankje nog wat op zij schopt, en terwijl hij een heelen uitleg geeft aan den man van •t licht; dan in eens trappelend met den voet, knikkend met 't hoofd, wiegelend met 't boek, roept hij: »daar kómt 't... halen 1« ...

Alles vliegt van 't tooneel, dringend tusschen de

Sluiten