Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's Middags was van Zuylen zelf niet thuis, maar mevrouw, die haar huis beschouwde als 't tehuis van alle kunstvrienden, — «blijft u eten, blijft u logeeren,

kan 'k wat voor u doen ?« waren haar stopwoorden,

mevrouw, of liever: Moeder, zooals de artiesten haar graag noemden, — Moeder zei: »o, gaat u maar gerust naar zijn kamer; Bamberg is daar al, en als u iets noodig hebt roept u maar; de sigaren ziet u wel, en ik zal een fleschje sherry laten brengen.»

Op 't puntje van de chaise-longue van zijn meester, bescheidenlijk op 't uiterste puntje, zat de man, die, zoo jong als hij is, reeds vele jaren achtereen bij elke voorstelling weer, aan 't hoofd staat van alle acteurs en actrices der Vereenigde Rotterdamsche Tooneellisten: Charles Bamberg.

Dien klassieken tooneelnaam, daar heb ik 'm eerst over ondervraagd; en fier, en overweldigend — o, 't was om van te duizelen — heeft hij mij zijn stamboom uitgeduid:

«Mijn grootvader, ziet u, dat was David Bamberg. Of die in de kunst wasf — Hij was immers de eerste, de groote hofmechanicus. Zijn vermaardste zoon was Tobias, goochelaar en acteur, om u te dienen; hij heeft 't wapen van 't Hof geërfd, en hij is opgetreden voor Zijne Majesteiten onze geëerbiedigde Koningen Willem I, II en III. Dan hebt u Eduard, den Amsterdamschen acteur, u weet wel: De zangzieke behanger. Verder had je mijn oome Abraham, goochelaar in

Sluiten