Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemaald, die op het achterdoek een heel natuurlijke bedstee had gepenseeld, met een verschrompeld oud vrouwtje erin .... Dat ding hing daar, moest er blijven hangen. Al verbeeldde 't tooneel ook 'n woud, 'n ridderzaal, 'n kerk, een marktplein, een bergland ... steeds lag dat wijfje met haar slaapmuts op over de beddeplank 't publiek toe te grijnzen ... Wat hinderde dat de oudenvetsche menschen ook?

Moderner, maar niet minder huiselijk, was ergens anders dat doorschijnende doek a doublé usage; aan den eenen kant: wand van een huiskamer, met daarop consciensieuzelijk links een stevige hangklok, rechts in 't gelid een vogelkooi geschilderd; en aan den tegenkant een blond boschtafereeltje ... Was 't nu bosch op 't tooneel, dan scheen daar heel naïef die hangklok en de vogelenkooi door de boompjes. Wie stóórde zich daar toen aan ?

En dan de torenkamer, waar je door de ramen links, rechts en in 't midden, maar steeds denzelfden toren zag staan, op de vensters zelf gekonterfeit.. . Geen stèrveling immers die 't vreemd vond als die toren meedraaide, wanneer een raam werd open-»geworpen«. De menschen kwamen in die dagen nog voor de kunst alléén; wat gaven zij om de omgeving?

En is 't nu zooveel beter, nu in een stadje niet ver hier van daan 't ameublement in stijl voor Madame Sans-Gêne van onzen grooten schouwburg precies werd nagebootst, en nu een der gravinnen door haar onbe-

Sluiten