Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gasvlammen achter blikken schermen naast de spiegels, en een rommel van kleeren, van lichte tricots, uniformstukken, wapens, pruiken, door elkaar. Een beetje gênant was 't, dat ik me herhaaldelijk aan dezelfde heeren voorstelde, wanneer ze weer anders geschminkt en gekapt en gekleed waren, en ook was 't moeilijk een serieus gesprek te voeren, zonder telkens afgeleid te worden door die sterk gegrimeerde gezichten, die historische kleederdrachten ... Dan kwam er weer even iemand binnen om nog een klein smeertje aan den neus, om den mond te geven, of om zijn crêpé snorren weer wat op te draaien, zijn degen hoogerop te laten gespen... En telkens klopte de inspiciënt aan de deur: «meneer Die, u moet op;« — »nu al?« —»ja meneer, over een minuut« — »toe, nog één trekje, en even mijn glas leeg drinken.« — En na een moment kwam de inspiciënt weer terug: »nu is 't hoogste tijd meneer.« En dan, vlug in den spiegel gekeken, liep de acteur gauw 't trapje op, wachtte aan de deur op 't laatste woord, trad deftig 't tooneel op, boog voor de dames van 't hof, en begon met gewichtig officieele stem over de zaken van staat, om, als hij klaar was, weer vlug zijn sigaar op te nemen en 't gesprek in de kleedkamer over Zola te vervolgen.

Wie met 't tweede bedrijf klaar waren, konden nog met den laatste trein terug; ongelooflijk snel kleedden ze zich weer, en met 't valiesje in de hand kwamen ze plagerig-hartelijk de slachtoffers goeden nacht zeggen,

Sluiten