Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jas met buik, en een olifantachtig wijde broek om de korte beentjes. Een doffe hooge hoed drukte op 't platte voorhoofd, luid klosten zijn zware vierkante schoenen op den vloer, heel lang achter elkaar, want hij ging vlak vooraan zitten, middenin, en dadelijk zette hij een pince-nez op den rustieken neus, en den kelner wenkte hij met zijn ouderwetsche parapluie, gebruikelijk sein voor 't traditioneele sterke jenevergrokje .... En drie kinderen kwamen binnen, stijf loopend in de stijfgestreken uitstaande rokjes, de haren spichtig saamgebonden met drie vuurroode linten: één van acht, één van tien, één van twaalf jaar; en daarachter gearmd pa en moe, moe duur van satijn om dat omvangrijke lichaam, gemoedelijk-gezellig lachend, haar onderkin gezakt in een overdadig breed-en-groote bridenstrik van paars-rood-fluweel en vlak daaronder, de menigte hoog voorgehouden, een suffissante zware broche van echt goud met paarlen; en pa dom-goedig dik, in nieuw-zwarte kleeren, wandelstok met grooten ivoren knop en breed gouden band, schoenen uitbundig glimmend ... En dan een ristje naaimeisjes, sjofeltjesopzichtig, groezelig-bleek, gelig in de mondhoeken, rimpelig geel om de slappe vraagoogen, rollen gebrand ponnie onder de hoeden met scheef-opgenomen randen uit, waar vale bouquetten op miskleuren. En ze praten met dunne gemaakte woordjes op giegeltoon, elkaar aanstootend, gillend van lach in eens, en dan de dunne lipjes weer zenuwachtig samengedrukt; zij gaan

Sluiten