Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zitten, met druk beweeg van stoelen, achter de kantoorjongens. .. En met de handen in de zakken, de ronde monden half open, de gezichten glimmend bruin, slappe ronde hoedjes op stug krulhaar — hoedjes met veertjes, — over grijs met rose of met blauwe sporthemden nauwe jaquetten, en trijpen pantoffels aan, wiegelen met wijde beenen, verlegen en brutaal een paar schippers binnen... En onbehouwen lomp en zwaar daarachter twee jonge soldaten, wijde schako's op blomzoete groot-mondige gezichten, dom-blij, als droomden ze heerlijk, de harde uniformjassen met dikke bobbels in den koppel, de sabel lamlendig bengelend om hun beenen; — als ze neervallen, lui bonkend tegen de leuning, kraken de stoelen....

Zoo blijft 't nog een poosje aanloopen, onophoudelijk geklap van de deur, al langzamer wordend, eindelijk zelfs kijkt 't publiek verwonderd om als de deur weer dicht slaat, en nieuwe bezoekers binnenkomen, allen even staan blijvend, de oogen halfdicht, om te wennen aan den overgang van de donkere, stille, frissche avondstraat, in de rookerige scherp bier-ruikende zaal, zweverig licht, hard-rumoerig van muziek, en dat lichtendkleurig bewegen op 't tooneel tegen groen achterdoek ...

Een enkele habitué, die den directeur bij den naam noemt en vaak tracteert, die hartelijk handenschudt met de buffetjuffrouw, de kelners roept met hun voornaam, en den bureaulist laat rooken, die mag ook wel eens een énkel keertje — zeg dan maar dat je van de

Sluiten