Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

griezelig bloederige Engelsche politie-prenten, — daar bóven, plekkeren vreemd-kleurig naast 't glanzend blauwe reepje maanlucht de venstertjes van de avondkamertjes lamplicht door de gele, witte, crème, roode, kanten gordijnen, waaronderdoor je een mahoniehouten linnenkast oranjerood ziet glimmen, blauw-glazen vaasjes met papieren bloemen; :n man in kraak-wit overhemd hangt uit 't benauwde raampje, pijprookend; daarnaast, in opzichtig négligé, de gordijnen hoog-op, kaarten vlak voor 't venster twee vrouwen, één met een sigaar in den mond; en een meid staat op den hoek van den straat met een wagen met bokkems op wit papier: »Lekkere harde 1« gilt ze heel haar wezens uit

»Nee, ik ga niet dansen ..., kom nou Teun« — zeurt ze gemoedelijk —, »wat hè je nou in die Zandstraat .... lawe nou na Bassie gaan, hè je immers ook lol.. .«

En hij trekt haar maar voort, verder de straat in. . .

»Mènsch, hou toch op,« rukt ze zich weer kwaad los, — »je scheurt me me goeie goed van me laif. . . Ga je mei na Bassie, of ik ga na me moeder...«

En ze is al naar binnen gegaan ...; dadelijk weer gearmd, lacheud-verlegen, dringen ze door 't publiek, dat achterin dicht op elkaar staat...

«Nog nèt een paar mooie plassies, voor uwes, meheer en juffrouw« — tikt met den vinger tegen't voorhoofd een kelner in gewoon colbertje met roode das —

Sluiten