Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lach je me siek« rrramm 1 onderstrepen viool en

piano... En dan springt 'ie recht, buigt, en smeiïg brouwend en knus lissspelend en met lekkere dikke 1. s, zingt ie, 'n beetje schor, met lonkjes en kwieke trekkingen van zijn slanke lichaam, en zwaaien van zn hoed, »net 'n fain studdentje!«:

Prriende kóm lüisterr naarr main liet,

\\ at err met mai weirr iss gesschiet: Kommelebommelebommelebóm dubbelepunten viool

[en piano: Toen ik err mèt haarr trouwe ching,

V\ass er main Trrafn ssoon aerrdig ding. Ja ja-ja die frouwe,

Je kun sse maerr nóóit ferrtrouwe,

Sse sijn de sschoonsste ploeme frai,

Foorr uwe sssoowel ass foor mai.

En in twintig van zulke coupletten, altijd met 't zelfde refrein, zingt 'ie met z'n geleiig bariton-geluid, de platte, nooit veranderende dubbele echtbreuk, met details, sterk gelanceerd door gebaren en muziek, waarvan zelfs de mariniers zeggen, stralend van pret dat ze »góéd« zijn »goeie, wat? Jan?» — »nou ècht.c En dien nadreun van dat:

Ja ja-ja, die frrouwe,

Je kun sse maerr nooit fertrrouwe ...

dien trekt ie zóó hard, dat al heel gauw 't publiek, zak-zak-zak-wiebelend op de maat, mee gaat zeuren, en bij t tiende couplet kan hij z'n mond houden, en

Sluiten