Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hoffelijk zingt de komiek:

»Niet alle daemess, chlooft u main,

»Sijne ssoo sslecht ass main Katrrain ... »Ja ja-ja, die frrouwe,

»Wie sou daarr dan niet fan houwe...

En hij neemt mèt zijn hoogen hoed zijn zwarte pruik af, buigt gemaakt... De fabrieksmeiden springen op de banken en zwaaien 'm toe met de beenen en gooien 'm met amandeldoppen... Dan zakken ze slap van lach weg, over de plank-tusschen-twee-stoelen heen op de schooten der achterburen, nuffige tweede-meisjes met korporaals van de jagers, eigenlijk verdwaald hier, die ze walgend afschudden, en geërgerd rondkijkend wegstappen . . .

De violist komt rond met het bakje, en een oude koopvrouw, sjofeltjes mager, een capothoedje op de grijzende haren, een zwart omslagdoekje om haar stoffig zwart japonnetje, gaat loom langs de rijen, een mand met sinaasappelen aan den arm, gril schetterend 't oranje tusschen die donkere masse .... Met zuur-zoet mondje vraagt ze teemend de heeren om voor hun juffrouw een »lekkere versnapering« te koopen; »toe dóét uwe 't is, juffrouw« — dringt ze huilerig aan, met de oogen al de volgende gasten taxeerend, — »ze kosten maar drie centjes«, — voegt ze er, ongeduldig tikkend met den voet, achter . .. , en als vrijer en vrijster haar dan nog niet hooren, druk ruikend aan eikaars zakdoeken met eau de cologae, dan zucht ze iets van .... »arme weduwfrouw« ....

Sluiten