Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'n Sterfgeval.

's Morgens kwam er een vrouw op kantoor naar 'm vragen.

«Meneer,« zei ze, «compelement van de juffrouwen Grijs, en dat de ouwe juffrouw 't vannacht in eens afgeleid heeft; ja meneer, ze had de vorige dag nog opgezeten, en niemand dacht dat 't nog zoo slim was, en in eens was ze niet meer. De juffrouwen hebben gevraagd, of 'k 't u wou gaan anzeggen, 'k mot ook nog na de juffrouwen derlui oome; die woont in de Jan Steenstraat; uwe bent de eerste.»

Toen wachtte ze 'n oogenblik, waarin ze den genoeglijken trek door 't drukke zeggen van d'r breede gezicht duwde. Ze had een glanzend nieuwe, nog stijve wit en blauw geblokte doek om, die rook nieuw; — gekocht zeker voor de waakcenten; en ze had een hard blauw boezelaar vóór, ook van dat geld gekocht. En onder het boezel hield ze een dik pak boterammen in een krant.

Welgedaan zag ze d'r uit, stevig, geschikt om zware

Sluiten