Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder z'n invloed komt. Hij dacht, of 't ook wachten was op 'n fooi; maar voor 'ie z'n hand in z'n zak had, knikte ze, met een somber lachje, en ging ze langzaam de gang uit...

Toen hij nog ongetrouwd was, had 'ie jaren achtereen bij juffrouw Grijs op kamers gewoond, 't Mensch en d'r beide dochters: »de lange« en »de korte«, waren altijd erg hartelijk voor 'm geweest, en ze hadden 't 'm prettig thuis gemaakt, in een tijd toen hij zich erg eenzaam voelde in Amsterdam, als jongen, zoo bij zijn ouders van daan, die buiten woonden.

Zoodra 'ie dan nu ook klaar was met zijn werk ging hij er dadelijk heen.

De gordijnen voor alle vensters van het vriendelijk huis waren gesloten. De schel ging met 'n dof getikkel over, omwonden, van toen de juffrouw nog ziek was. Dat gaf iets gedrukts, en toen hij de meid hoorde aankomen in de gang, was 't of 'ie niet zou kunnen spreken, zoo klopte 't in 'm.

'n Kind deed open. Met 'r lange stijve japon aan, die rond uit stond om 'r beenen, en een dun lijfje daarop, en een klein kopje, was ze net een tafelschel. En met 'r fijn kindergezichtje menschelijk ernstig, vroeg ze 'm, 'r stemmetje inhoudend, of'ie naar binnen wilde gaan: de dames zaten boven.

Sluiten