Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koortslijder in stille ziekekamer. Maar met de berustigende regelmaat van klokgetik klonk dan 't voorbijstappen van eenen politieagent. De rivier zwijgt nooit: 't lierengerammel, 't gerommel van neerstortend erts met telkens een noodgil van 'n stoomfluit, getuigt van 't al-voortzwoegend havenbedrijf.

Geluiden in den nacht brengen vreemde fantasieën in 't warme hoofd van een redacteur, die soezend wacht op de laatste post. 'k Zag hoe de 's middags begraven zendeling, wiens biografie met een kruisje in 't Tweede Blad zou komen, daar lag in zijn kist, één oog open in 't geel wassig gezicht, en hoe daarboven was de profusie van helkleurig, roswalmend, hossend en joelende kermisleven, en daarin de Transvaalsche generaals, waarvan wij anderhalve kolom hadden, arm in arm met Chamberlain, vvien bloed uit den mond liep van zijn val uit 't rijtuig, en met Kitchener, die het helsche Léandremasker met de slangen-uit-de-oogen op had. Zij dansten den Urkerdans, zoo juist met 't vervelende kriebelhandje van den Monnikendammer correspondent beschreven. En in de Jeruël-kermistent stond reuzig groot Kruger: hij las uit den Bijbel, en zijn stem was de stoomdraaimolenmuziek van Tewe, zwaar-plechtig als Bach. »Maar in de hooge toonen vibreert hij te veel,« seinde een muziek-recensent: — wat mij hinderde als wijsneuzigheid. En de Algemeene Synode, die maar plechtig door filosofeerde over de vraag of, als Haarlemsche

Sluiten