Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl verder uit de eenduidigheid van f volgt: a) eenduidigheid van w.

b) ^ ^ ""sinr.w.dr.

3-„

^ 1 f^o "t" "cOST.W.dT.

^ V

Zoo wordt ten slotte het boogelement:

dl == ds /^sin(3 —T).w(tgr,y —xtgr)dr.

2 3- T7

Hamel onderzoekt dan eerst, in welk geval tot de minimaalkrommen alle rechte lijnen van het platte vlak, de lijn in 't oneindige incluis, behooren zoodat door het variatie-vraagstuk een projectief lineair systeem is bepaald ; hij vindt als v oor waarde, dat /dl langs alle rechte lijnen eindig blijft, en voor alle rechte lijnen dezelfde waarde heeft.

Vervolgens geeft hij een kategorie ongeveer overeenkomende met een door Minkowski in zijn „Geometrie der Zahlen" opgestelde geometrie, waar tot de minimaalkrommen alle rechte lijnen, maar niet de lijn in 't oneindige, behooren — het variatie-vraagstuk bepaalt hier dus een volledig Euclidisch lineair systeem —; hij stelt nl. w van haar tweede argument

onafhankelijk, en | en | constant, ziet echter voor dit geval van de omkeerbaarheid van het lengte-

Sluiten