Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoner geworden; de verschillende vertalers leerden van het werk hunner voorgangers. — Zo kon het dan ook komen dat de berijmingen van Voet (1763) en van het genootschap „Laus Deo, Salus Populo" (1761) het leeuwenaandeel kregen in de samenstelling van de zeer te roemen berijming in het kerkboek. - Slechts de vertalingen van Vondel en van Camphuysen kunnen met deze laatste wedijveren, doch Vondel volgde de melodieën niet en Camphuysen was niet rechtzinnig genoeg.

Het kan in deze korte voorrede mijn doel niet wezen een geschiedenis der psalmvertalingen te geven, ik bepaal mij tot enige opmerkingen. Het eerste Luthersche Gezangboek kwam reeds ten jare 1524 te Wittenberg uit. Een zevental psalmen wordt daarin gevonden. De Souterliedekens zijn de oudste berijming der psalmen in Nederland (Souter = Psalter). Zij vonden veel verspreiding. De dichter was jonkheer Willem van Zuylen van Nyevelt, heer van Bergambacht. Daarop volgden de vertaling door de balling Johannes Utenhove en de bekende van Petrus Dathenus, die kerkelik ingevoerd werd. Datheen erkende, dat zijn berijming „met groote haast gemaakt was, dat zij hem schier als eene ontijdige geboorte was afgedrongen geweestNochtans werd zij in de kerk niet door andere en betere vertalingen (zoals die van Marnix van St.-Aldegonde bijv.) verdrongen. — Eerst op het einde van de achttiende eeuw moesten Datheens psalmen het veld ruimen na hevige strijd.

Talrijke vertalingen zagen in Nederland het licht. Wij kunnen alleen wat over de voornaamste mededelen. - Wel waren noch andere in mijn hand dan die men in de lijst der harpzangen vinden zal, doch deze bleken mij van geen nut te wezen, wijl zij door de gebruikte overtroffen werden.

Men bemerkt uit de inhoudsopgave, dat de Katholiek Vondel, de Remonstrant Camphuysen en het rechtzinnige kerkboek de belangrijkste vertalingen hebben geleverd.

Sluiten