Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie in de duistre graven Kan roemen uwe gaven

Uw name maken groot ?

Het zuchten mat mijn' leden Terwijl de bangigheden

Mij zwemmen doen in zweet. Mijn leger wordt gewassen Den heelen nacht, door 't plassen Van tranen brak en heet.

Mijn oog is rood gekreten,

Van 't schreien uitgebeten,

Verouderd en doorknaagd; Daar ik, in mijn ellenden,

Door al mijns vijands benden Verdrukt word en gejaagd.

Wijkt, wijkt van mij, gij boozen Gij zondaars en godloozen

De Heer hoort mijn geween: Hij luistert naar mijn kermen Hij zal zich mijns ontfermen En hooren mijn gebeên.

Hij zal mijn haters weren, Hen straks terug doen keeren,

Beschaamd, en vol van schrik; Zijn grimmigheid, aan 't blaken, Zal hen te schande maken,

Zelfs in een oogenblik.

PSALM 7.

Mijn Heer, mijn God! ik heb op U Mijn hoop gesteld.

De vijand komt te veld:

Behoed, beschut me nu Voor allen, die verbolgen Mij zoeken en vervolgen.

Sluiten