Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Omdat mijn vijand hoe geducht Teruggekeerd is en gevlucht;

Hij is, schoon stout te veld getogen, Vergaan, gevallen voor uw oogen.

4. Want naar uw allerheiligst recht Hebt Qij mijn twistgeding beslecht;

En op uw hoogen troon gezeten Deedt Oij, o Rechter! 't vonnis weten.

5. Gij scholdt de heidnen keer op keer En wierpt de goddeloozen neer;

Hunn' naam, hunn' roem, hebt Gij vertreden En uitgedelgd in eeuwigheden.

1. PAUZE.

6. o Vijand! hebt Gij door uw macht 't Verwoesten voor altoos volbracht?

Hebt gij de steden gansch bedorven? Is haar gedachtenis verstorven?

7. Neen dwaas, uw hoop zal ras vergaan Maar 's Heeren troon zal eeuwig staan; Dien wilde Hij onwrikbaar stichten Om naar het heilig recht te richten.

8. Hij zelf zal aan het wereldrond

Het recht doen hooren uit zijn mond; De volken voor zijn vierschaar stellen En daar 't rechtmatig vonnis vellen.

9. De Heer zal zijn een hoog vertrek Voor die getrapt wordt op den nek; Een hoog vertrek in drukkend lijden; Een toevlucht in benauwde tijden.

10. Hij, die uw' naam in waarheid kent, Zal, Heer, op U in zijn ellend'

Vertrouwen wijl Gij nooit liet zuchten Hen die geloovig tot U vluchten.

2. PAUZE.

Sluiten