Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles moet Hem eeren;

Want het woord des Heeren,

't Richtsnoer zijner daan,

Is volmaakt rechtvaardig,

Al onz' achting waardig;

Eeuwig zal 't bestaan.

3. Hij schept in 't heilig recht behagen;

Zijn wijsheid is alom verspreid; Men hoort al 't wereldrond gewagen Van zijne goedertierenheid.

's Heeren alvermogen Bracht de hemelbogen

Door zijn Woord in 't licht;

Heeft de flonkervuren,

Die den tijd verduren,

Door zijn' Oeest gesticht.

1. PAUZE.

4. Hij doet de groote waatren zwellen,

Te zaam vergaadren tot een' hoop, En naar den diepen afgrond snellen,

Daar zij gestuit zijn in hun' loop.

Laat heel d'aard Hem vreezen,

Die, als 't Opperwezen,

't Al heeft voortgebracht:

Laat de wereld schrikken;

Laat z', alle oogenblikken,

Siddren voor zijn macht.

5. Geen ding geschiedt er ooit gewisser,

Dan 't hoog bevel van 's Heeren mond; Zijn godlijk' Almacht spreekt, en 't is er: Zijn wil gebiedt, en 't wordt terstond. Schoon de heid'nen samen List op list beramen,

God verbreekt hun raad:

Schoon de mogendheden Snood' ontwerpen smeden,

Hij belacht haar' haat.

Sluiten