Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn glans en klaarheid halen: De luister van 't alziende oog Komt van het allerhoogste hoog Op onze kleinheid dalen.

2. PAUZE.

10. Dit is de bede die ik doe:

Giet uwe weldaad rijklijk toe

Aan hen, die recht U kennen. Uw trouwe sta den trouwen vast, Die, ijvrig in 't geen Gij gelast,

't Gemoed ter deugd gewennen. Een boos gespuis vol hoovaardij Is met zijn lagen rondom mij

En tracht mij te verrassen:

Belet hun voet den stouten stap Opdat hij mij niet gants vertrap,

Mijn eere werp' in d' asschen.

11. De voet zij over mij te traag Die tot mijn onheil al te graag

Zijn gang ter zond' laat snellen. De hand zij over mij te kort, Die booslijk uitgestoken wordt Om mij ter aard te vellen.

Dit is mijn wensch, zoo zal 't ook gaan, Want ziet der boozen uitgang aan:

Hun eigen schelmerijen Verraên z' in 't eind en slaan ze neer Met zulk een val, die nimmermeer Verrijzenis kan lij'en.

PSALM 37.

1. Wees over 't heil der boozen niet ontstoken; Benijd hun niet. Wat onrecht, wat geweld De trouw verdrukk', zij blijft niet ongewroken, De trotsche ziet zijn weeld' een perk gesteld; Valt af, als 't kruid, ter nauwer nood ontloken; Verdort, als 't gras, door 's maaiers zeis geveld.

Sluiten