Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

PSALM 57.

1. God, dien mijn ziel voor waren trooster kent, Ach! voel en koel de smart van mijn ellend.

'k Zoek toevlucht in de schaduw van uw vlerken.

Uw rijke gunst zal mij, totdat het end Des vijands komt, ter vaster hope sterken.

2. Ten hoogsten God, ten God die mijn bestaan Met trouw bewaakt, zal mijne stemme gaan;

En Hij zal hulp, hulp uit den hemel zenden,

Mijn ziel tot heil; en hen die om mij staan Verslinds-gezind met smaad en schand doorschenden.

3. Door Gods gena wordt mijne ziel gered,

Schoon zij rondom van leeuwen is bezet.

Ik lig, gedrukt door felle stokebranden.

Hun tongen zijn, als degens, scherp gewet; Als spiesen en als pijlen zijn hun tanden.

PAUZE.

4. Verhef, o God! verhef U hemelhoog,

Uw eere straal op aard' in ieders oog.

Zij, die een voetnet spreidden voor mijn gangen,

Zijn zelf, terwijl mijn ziel zich nederboog, In eenen kuil, voor mij bereid, gevangen.

5. Uw hand, o God! heeft veilig mij geleid;

Ik ben gered; nu is mijn hart bereid;

Het is bereid, om U, mijn God! te loven;

Nu wordt uw naam door mij met vreugd verbreid. Mijn psalmgezang klimm' tot uw roem naar boven.

6. Waak op, mijn eer! waakt op, mijn harp en luit! Mijn zanglust streeft den dageraad vooruit:

't Zal onder al de volken, Heer! U prijzen;

Mijn psalmgezang, zal, bij cimbaal en fluit, Uw naam alom de plechtigst' eer bewijzen.

7. Uw goedheid, Heer ! is groot en hemelhoog; Uw waarheid reikt tot aan den wolkenboog.

Verhef U dan ver boven 's hemels kringen;

Uw eer versprei' haar luister in elks oog;

Laat ieder die door heel de wereld zingen.

Sluiten