Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Ik heb gesteund op uw vermogen

Van 's moeders lichaam af: Gij hebt als uit een graf Mij uit haar ingewand getogen: Gij zijt, o Heer genadig,

Mijn eer en roem gestadig.

1. PAUZE.

5. Of velen m'als een spooksel mijden,

Zoo zijt Gij inderdaad Mijn vaste toeverlaat.

Laat mijnen mond, Heer, t'allen tijden De loftrompet U steken En in uw eer uitbreken.

6. Wil bij 't volgroeien mijner dagen

Mij niet verstooten Heer, Zie gunstig op mij neer; Wil mijne leden onderschragen, Die dreigen te bezwijken, Wil nimmer van mij wijken.

7. Mijn hateren niet anders spreken

Dan enkel klapperij En laster tegen mij.

Al die mij met hun looze treken Graag ommebrengen zouden Gaan samen raadslag houden.

8. .Ziet," zeggen zij, „hij ligt verschoven

God staat niet aan zijn zij.

Jaagt, jaagt hem; grijpt hem vrij; Hij kan geen uitkomst zich beloven." o God! toon m'uw ontferming, En haast U ter bescherming!

Sluiten