Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Behoeftig volk, in hunne nooden,

In hunn' ellende en pijn,

Gansch hulpeloos tot hem gevloden, Zal hij ten redder zijn.

11. Aldus de menschen, en met reden,

Als men de heerschappij Van 's konings koningswaarde zeden

Beschouwen gaat nabij.

Wanneer de heerscher zijn gedachten

Van God beheerschen laat,

Dan is het juk geen juk te achten Voor een wijs onderzaat.

2. PAUZE.

12. Hij zal de kermenden verschoonen;

Aan armen, uit gena Zijn majesteit tot lossing toonen;

Hij slaat hun zielen ga.

Als hen geweld en list bestrijden,

Al gaat het nog zoo hoog: Hun bloed, hun tranen en hun lijden, Zijn dierbaar in zijn oog.

13. Een heerlijk leven zal hij leven,

Men zal hem 't Moorsche goud Met onbekrompen handen geven

Hoe kostlijk men het houdt.

Het hart des volks zal 't zijne wezen:

Eens ieders stem en beê (Zoo hoog is zijn waardij gerezen)

Staat altijd voor hem reê.

14. Zijn lof zal heele dagen klinken

In aller menschen keel,

Zijn naam zal op het schoonste blinken

Door ieder werelddeel.

Wie geeft de tong zoo vliet van tale,

Wie maakt haar zoo bespraakt,

Dat zij de volt des heils verhale, Die allen door hem naakt?

Sluiten