Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Want alle zult gij sterven,

Als d'armste mensch. De dood scheidt lijf en ziel. Gij zult vergaan, gelijk d'Aartsengel viel,

De worm zal 't lijf bederven."

10. Aartsrechter over d'aarde,

Ontwaak, o God! en handhaaf 'svromen zaak. O, eigenaar der wereld! neem eens wraak;

Straf 't onrecht naar zijn waarde!

PSALM 83.

1. O Almachtige, eer van 't eeuwig Rijk!

Wie is U gelijk,

In geweld en kracht,

Dapperheid en macht?

Zwijg nu langer niet,

Let op ons verdriet.

2. Want uw vijand steekt, met luid gerucht,

't Hoofd op in de lucht,

Houdt arglistig raad,

Brouwt verraad den Staat,

Vlamt op ons bederf,

Dreigt uw heilig erf.

3. Hoor ze roepen : „Mannen, rukt bijeen!

Nu verdelgt hun steên,

Volk en vee en stal,

Dat niet een van al,

In gansch Israël,

Blijf, die 't navertel."

4. Och! zij zweren alle uit éenen mond,

Tegen uw verbond;

Ismaël, vol moed D'Idumees, met woed'

Treên in éen verband,

Zweren hand aan hand.

Sluiten