Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PAUZE.

7. Mijn wezen door de plagen, die 't hart terneder slaan, Is deerlijk om t'aanschouwen en schier geheel vergaan. Hiertusschen, Heer, mijn Heiland, verhef ik in 't geklag De handen naar den hemel en roep al dag bij dag:

8. Wat wacht Gij van de dooden, die wedergaan tot stof? Of zullen die nog rijzen en spreken uwen lof?

Of zal dan in de graven uw goedheid zijn gemeld?

Wie is er onder d'aarde, die uwe trouw vertelt?

9. Ach, in de duisternissen, wie merkt of schouwt daar iet? Daar kent men uwe daden en wonderheden niet.

Wie kan daar van U weten, daar 't al raakt in 't verdwijn? Wie zal daar om U denken, daar geen gedachten zijn?

10. Ik roep dan tot U, Heere, en daar is tijd noch steê Die ledig is van roepen en zonder mijne beê.

Waarom verbergt Oij, Vader, uw aangezicht voor mij En laat mij in een helle van zware fantazij?

11. Van mijne eerste jaren ben ik verdrukt geweest;

En heb of ramp geleden of altijd ramp gevreesd.

Steeds word ik door uw tooren geschrikt, gekrenkt, geperst, Gelijk met hooge baren de zee ten lande inberst.

12. Om zulke mijn ellenden en al te grooten nood Bevind ik mij verlaten, van alle vrienden bloot.

PSALM 89.

1. 'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên; Uw waarheid t'allen tijd vermelden door mijn reên.

Ik weet, hoe 't vast gebouw van uwe gunstbewijzen,

Naar uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen;

Zoo min de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken,

Zoo min zal uwe trouw ooit wanklen of bezwijken.

2. „Ik heb," dit was uw woord, „een vast verbond gemaakt Met mijnen gunsteling, dien steeds mijn oog bewaakt;

Ik heb aan mijnen knecht, aan mijnen uitverkoren', Aan David, in mijn gunst, met eenen eed gezworen:

Ik zal van kind tot kind, tot aan het eind der dagen Uw zaad bevestigen, en uwen rijkstroon schragen."

Sluiten