Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Wie kent uw' toorn? wie zijn geduchte krachten? Wie vreest die recht geduchtste Macht der machten? Leer ons den tijd des levens kostlijk achten,

Opdat ons hart de wijsheid moog' betrachten!

Keer weder, Heer! uw gunst koom' ons te sta! Hoe lang ontzegt Q'uw knechten uw gena?

8. Uw gunst sterkt meer dan d'uitgezochtste spijzen; Laat, met het licht, haar licht voor ons verrijzen; Zoo zal ons hart op liefelijke wijzen

Uw goedheid, al ons oovrig leven, prijzen.

Verblijd ons naar de maat van onzen druk, En naar den tijd van al ons ongeluk.

9. Laat uw gena ons met haar troost verrijken,

En laat uw werk aan uwe knechten blijken, Uw heerlijkheid niet van hun kindren wijken: Uw liefd, uw macht behoed' ons voor bezwijken!

Sterk onze hand, en zegen onze vlijt;

Bekroon ons werk, en nu, en t'allen tijd!

PSALM 91.

1. Hij, die op Oods bescherming wacht,

Wordt door den hoogsten Koning Beveiligd in den duistren nacht,

Beschaduwd in Gods woning;

Dies noem ik God, zoo goed als groot

Voor hen, die op Hem bouwen! Mijn burg, mijn toevlucht in den nood, Den God van mijn betrouwen!

2. Hij zal uit 's vogelvangers net

U veilig doen ontkomen.

Hij is het, die uw leven redt;

Gij hebt geen krankt' te schromen. Hij zal, in lijf- en zielgevaar

U met zijn vleuglen dekken;

Zijn waarheid tot uw beukelaar Rondom u henenstrekken.

Sluiten