Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O! die maar in Gods woning Een vasten wortel heeft:

Zijn reine deugde geeft Gewisse deugd-belooning.

9. Zijn weelden zijn trompetten Van Gods gerechtigheên.

Hier zal met macht van reên Mijn vrome hart zich zetten Om ieglijk te verkonden,

Dat God, mijn rots, mijn steen, Is recht en trouw alleen En zonder feil gevonden.

PSALM 93.

De Heer der heeren, hier beneên,

Is in zijn heerschappij getreên.

Hij zette, op zijnen hoogen troon,

In volle staatsie zich ten toon,

Bekleedde zich met Majesteit, En koninklijke heerlijkheid,

En macht en kracht, in 't eeuwig licht. Hij heeft den aardboöm, die niet zwicht,

Noch wankt, noch schrankt, noch overhelt, Op zijnen grondslag vastgesteld.

God zette tegen overlast Den stoel van zijn voogdije vast,

In 's werelds aanvang naar zijn zin,

Maar was in wezen vóór 't begin Der wereld, en van eeuwigheid.

Die kent noch tijd, noch onderscheid Van eeuwen, jaren, maand en dag.

O eenig opperste gezag!

Nadat Gij vloên en stroomen schiept, En wateren, zoo diep verdiept,

Verhief de zee zich, forsch en fel,

Verhief de zee zich, hoog en snel, Met heesch gedruisch op 't woeste ruim; De zee verhief zich, en het schuim

Sluiten